Afl. 3 – Het netwerk

Cas heeft die nacht drie uur geslapen.

Niet omdat hij verdrietig was om meneer Aldert. Hij kende hem eigenlijk nauwelijks — een kleine man met een bruine trui die altijd te laat was met cijfers invoeren. Maar de gedachte bleef ronddraaien. Repelsteeltje had het geweten. Dagen van tevoren. In rijm.

Kijk wie er niet aantreedt
en waarover wordt getreurd.

Om half twee had Cas zijn telefoon omgekeerd op zijn nachtkastje gelegd.

Om kwart voor drie had hij hem weer opgepakt.

* * *

Dinsdagochtend. De school ruikt hetzelfde als altijd, maar voelt anders. Bij de hoofdingang hangt een ingelijste foto van meneer Aldert. Hij lacht erop, een beetje scheef, alsof hij niet wist wat hij met zijn gezicht moest doen. Ernaast ligt een vel papier in een plastic mapje:

Met diep respect en medeleven. De directie en het team van het Brinker College.

Een paar meisjes uit 4B staan ervoor. Eén van hen huilt. De anderen kijken naar hun telefoon.

Cas loopt door.

Bij de intercom klinkt om 08:15 de stem van directeur Manders. Rustig, laag, de stem die hij gebruikt voor slechte mededelingen en schoolreisjes die niet doorgaan.

“Beste leerlingen. Zoals jullie mogelijk al weten is onze collega meneer Aldert afgelopen vrijdag plotseling overleden. We vragen jullie begrip en rust. Wie behoefte heeft aan een gesprek kan terecht bij de zorgcoördinator. We gedenken hem in stilte.”

Een klik. De intercom valt stil.

In de klas naast Cas zegt iemand: “Kende jij hem?”

En iemand anders: “Nee, eigenlijk niet.”

* * *

“Gabi heeft iets gevonden,” appt Izza om 09:47, midden in de wiskundeles.

Cas kijkt op naar de leraar. Die staat met zijn rug naar de klas.

Cas: Na de les. Kluisje 0.
Ways: Ik heb gym.
Cas: Dan daarna.
Ways: We hebben een uur gym.
Cas: WAYS.
Ways: Oké oké.

* * *

10:55 uur. C-vleugel.

Gabi heeft zijn telefoon al in zijn hand als de anderen aankomen. Hij wacht tot iedereen er is — ook Ways, die nog zweetsokken aanheeft en er niet blij mee is — en dan draait hij het scherm om.

“Repelsteeltje zit niet alleen in de klassenapps,” zegt hij.

Stilte.

“Wat bedoel je?” vraagt Tracey.

“De berichten komen van buiten de app. Hij leest mee — maar hij verstuurt vanuit een ander systeem.” Gabi scrolt even. “Ik weet nog niet precies hoe. Maar hij heeft toegang tot meer dan alleen WhatsApp.”

“Hoeveel meer?” vraagt Cas.

Gabi haalt zijn schouders op. Dat betekent bij Gabi: veel meer, maar ik wil het zeker weten voor ik het zeg.

“Ik heb ook de computer van meneer Aldert bekeken,” zegt hij dan.

Cas kijkt hem aan. “Hoe?”

Gabi haalt zijn schouders op. “Ik zat wat te zoeken op het netwerk. Het stond gewoon open. Geen wachtwoord, niets.”

“Oké,” zegt Cas. “En?”

“Zijn zoekgeschiedenis. De laatste drie weken.” Gabi houdt zijn telefoon omhoog. Een screenshot. Een lijst met zoekopdrachten, netjes op datum. “druk op borst na inspanning.” “pijn linkerarm ’s ochtends.” “hartklachten mannen boven de vijftig.”

Het is even stil.

“Hij wist dat er iets mis was,” zegt Izza zacht.

“En Repelsteeltje ook,” zegt Gabi. “Als hij het schoolnetwerk kan lezen, kon hij deze zoekopdrachten zien. Alles wat op school wordt opgezocht.”

Ways trekt een sok recht. Hij zegt niets. Maar hij kijkt naar de lijst alsof hij iets herkent.

* * *

Het idee om naar Bayani te gaan was van Izza. Niet omdat ze dacht dat hij iets wist — maar omdat ze hem twee weken geleden had zien sleutelen aan de router in de C-vleugel en hij daarna had gezegd: “Dit netwerk is een ramp, eerlijk gezegd.”

Bayani werkte pas drie maanden op het Brinker College. Hij was jong — veel te jong voor een baan op een school, vond Cas — en hij had het soort kapsel dat zei dat hij eigenlijk liever ergens anders werkte. Hij zat in het kleine kamertje naast de kopieermachines, omringd door kabels en lege bekertjes.

Hij keek op toen ze binnenkwamen. Vier leerlingen in de deuropening. Ways nog steeds in zijn zweetsokken.

“Jullie zijn van de leerlingenraad,” zei hij.

“Twee van ons,” zei Cas. “De rest is gewoon mee.”

Bayani knikte alsof dat een prima uitleg was. “Wat kan ik voor jullie doen?”

“We hebben een vraag over het netwerk,” zei Cas. “Hypothetisch.”

“Hypothetisch.” Bayani leunde achteruit. “Oké.”

“Als iemand toegang heeft tot het schoolnetwerk — van buiten — wat kan die dan zien?”

Bayani keek hem aan. Dan naar Gabi. Dan weer naar Cas.

“Hypothetisch,” zei hij.

“Ja.”

Hij dacht even na. Toen zei hij, alsof hij het over het weer had: “Alles wat niet versleuteld is. Zoekopdrachten. Ingelogde accounts. Verkeer tussen apparaten.” Hij pakte een kabel op en legde hem weer neer. “Dit netwerk is oud. Echt oud. Er zitten apparaten op die al tien jaar niet zijn geüpdatet.” Hij schudde zijn hoofd. “Vragen om problemen, als je het mij vraagt. Ze hebben hier hypermoderne kluisjes laten installeren die je met je telefoon opent, maar het netwerk waarop die kluisjes draaien is ouder dan ikzelf. Dat is alsof je een splinternieuwe voordeur zet in een huis zonder muren.” Hij zweeg even. “Hypothetisch gezien zou iemand die weet waar hij moet kijken er zo in kunnen.”

“Zo in?” zei Tracey.

“Zo in.” Hij maakte een gebaar met zijn hand. Simpel. Alsof hij een deur opendeed.

Cas knikte langzaam. “Oké. Bedankt.”

Ze liepen naar buiten. Bayani riep ze niet terug. Hij pakte zijn kabel weer op en keek ernaar alsof die hem teleurstelde.

* * *

In de gang bleef de groep staan.

“Zo in,” zei Ways.

“Zo in,” herhaalde Gabi. Hij keek naar zijn telefoon. “Als het netwerk zo open is, kan ik misschien gewoon de logs uitlezen. Dat is eigenlijk niet eens hacken.” Hij keek op. “Ik weet nu waar ik moet zoeken.”

Cas keek naar kluisje 0 aan het einde van de gang. Het deurtje hing een millimeter open, zoals altijd.

“Gabi,” zei hij. “Hoe snel?”

Gabi dacht na. “Vanavond.”

“Oké.” Cas draaide zich om naar de anderen. Hij was voorzitter omdat hij dingen wilde oplossen. Niet voor zichzelf — gewoon omdat er anders niemand was die het deed. “Tot vanavond. Niemand appt iets over dit via het schoolwifi.”

“Waarom niet?” vroeg Tracey.

Ways trok zijn andere sok recht. “Omdat Repelsteeltje dan mee kan lezen.”

Het was even stil.

“Oh,” zei Tracey.

* * *

Die avond, 21:03 uur.

Gabi stuurde een screenshot in “Waarom App Je?”.

Geen tekst. Alleen een lijst. Zoekopdrachten van het hele schoolnetwerk. Data, tijdstip, apparaat. Tientallen regels. Leraren. Leerlingen. Alles wat ooit op school was opgezocht.

Cas scrolt erdoorheen.

Hij denkt aan wat Bayani had gezegd. Zo in. Alsof het niets was. Als iemand die weet hoe oud het slot is, kan er zo in. Maar als Gabi dit kan vinden — gewoon, vanaf zijn telefoon — wie kan er dan nog meer meekijken?

Dan typt hij:

Cas: Als Gabi hier bij kan, kan iemand anders dat ook.
Izza: Iedereen die weet hoe het netwerk in elkaar zit.
Ways: Of iemand die het zelf heeft opgezet.

Drie seconden. Dan stuurt Gabi nog één bericht.

Geen tekst. Alleen een datum. En daaronder, in kleine letters:

Eerste werkdag Bayani — IT-configuratie schoolnetwerk.

Cas staart naar zijn scherm.

Hij legt zijn telefoon omgekeerd op tafel.


1.225 woorden, 6 minuten leestijd.

Klik hier om een pdf-versie te downloaden of te lezen. Heb je moeite met lezen? Download dan de versie in Open Dyslexic — een lettertype dat speciaal is ontworpen om lezen makkelijker te maken.


Ontdek meer van kluisje0.nl

Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.

Laat een reactie achter

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Scroll naar boven